Timmerfabriek Van der Vegt in Dalfsen is er een als elke andere. Met één verschil: de blik van de onderneming is nogal naar buiten gericht. Dat uit zich met de inzet voor het samenwerkingsverband RTC Hardenberg/Nieuwleusen, het organiseren en deelnemen aan open dagen en de stagiairs (en docenten) voor wie de onderneming graag de deuren opent. De kans is tevens groot dat (een deel van) de foto’s van dit artikel op een banner terechtkomt.
Timmerfabriek Van der Vegt is bijna 60 jaar geleden door Jan van der Vegt, inmiddels 87 en vader en opa van de huidige directie, opgericht in een schuur. Aanbouw en bijbouw liep in de pas met de groei en een uitdijend klantenbestand. De Dalfser onderneming levert inmiddels met veertien man personeel zijn kozijnen, ramen, deuren, schuifpuien, lijstwerk en authentiek houtwerk van Amsterdam tot Tilburg. De klantgroep bestaat voor 80 procent uit de aannemerij en zo’n 20 procent zzp’ers.
“En als een particulier zich hier meldt, helpen we die in de meeste gevallen ook”, zegt Jans zoon René (57). René is al 30 jaar in het bedrijf actief. Zijn zoon Maikel (28) als derde generatie vanaf zijn negentiende. Hoewel vader en zoon samen optrekken is Maikel officieel de eigenaar van de onderneming. “De andere kinderen hadden geen belangstelling dus dat hebben we zo opgelost. Ik vind dat als je hard werkt aan de opbouw van de onderneming, je daar ook de vruchten van mag plukken”, aldus René.


Bescheiden
In tegenstelling tot veel andere timmerfabrieken richt Van der Vegt graag de blik naar buiten. Scholen mogen langskomen met leerlingen en ook opent de onderneming de deuren tijdens regionale manifestaties als Proef Dalfsen. René: “Wij zijn trots op ons werk en willen dat ook uitstralen. Bovendien is het belangrijk dat je als lokale onderneming je gezicht laat zien.” Onbekend maakt onbemind, vindt hij.
Maikel: “Dus zijn we aanwezig op open dagen en doen we aan sponsoring om ons in de kijker te spelen. We waren recentelijk aanwezig op een feestweekend bij een lokale radiozender met allemaal Nederlandse muziek van vroeger. Dat kun je vreemd vinden, maar daar zitten onze toekomstige medewerkers en wij dus ook.” René: “De timmerindustrie is over het algemeen te bescheiden. Te versnipperd ook. De kunststofsector is kleiner en beter georganiseerd. Daar kunnen we als branche jaloers naar kijken, maar ook veel van leren.”
Snuffelstage
Leerbedrijf Van der Vegt is actief betrokken bij samenwerkingsverband Regionaal Techniek Centrum (RTC) in Hardenberg en Nieuwleusen. Daar wordt onder andere de opleiding werkplaats timmerman/machinaal houtbewerker gegeven. De nauwe onderwijscontacten resulteerden recentelijk in een ‘snuffelstage’ van Jan Brouwer, senior docent meubel en houttechniek van het Deltion College in Zwolle.
René: “We vinden het erg belangrijk dat degene die de machinaal houtbewerkers en montagemedewerkers van de toekomst opleiden, ook weet hoe een moderne fabriek is ingericht en functioneert. Veel onderwijsinstellingen werken nog met pennenbanken, terwijl die bij de helft van de bedrijven niet meer te vinden zijn. Je moet bij de basis beginnen, maar zeker opleidingen moeten met de tijd mee. Alles moet flitsend en sexy. Daar hoort voor het personeel van de toekomst geen pennenbank meer bij.”
Deltion-docent Jan Brouwer zegt desgevraagd: “Ik heb zelf een achtergrond in de timmerindustrie, dus helemaal onbekend is het niet. Maar als je spreekt met het personeel kom je toch nieuwe dingen tegen. Ik heb achter de Gluemaster gestaan om daar gevoel bij te krijgen. En Van der Vegt heeft me de ins en outs uitgelegd over het draaien in dagproductie en QRM. Dat zijn zaken die we aan onze leerlingen door kunnen geven. Het is belangrijk dat timmerbedrijven de deur openzetten. Dergelijke snuffelstages leveren altijd wat op.”


Chauffeurs
Zoals gezegd, Van der Vegt heeft veertien personeelsleden. Het langste dienstverband is momenteel 42 jaar. Een leerling loopt er net twee weken rond. “We hebben gelukkig weinig verloop”, zegt René. “Maar dat gaat niet vanzelf. De personeelswensen veranderen. We hebben inmiddels mensen die vier dagen in de week werken. Daar pas je je onderneming op aan.” Gevraagd naar welke maatregelen daarvoor nodig zijn, zegt hij: “Sommige dingen kunnen niet meer en dat moet je accepteren. Onze chauffeurs rijden ‘s woensdags niet. Al denk je eerst dat het niet kan, uiteindelijk blijkt dat het wel kan kan. De klanten accepteren het ook. Het is uiteindelijk een kwestie van gewenning.”
Uitbreiding
Vader en zoon zien de toekomst vol vertrouwen tegemoet. Maikel: “2023 en 2024 zijn topjaren voor ons. De nieuwbouw loopt weer. Het borrelt. En ook in de renovatie maken we veel en mooie dingen.” Deze bouwvak is de productie van de onderneming digitaal gegaan. En de goede zaken brengen ook weer de plannen op tafel, voor uitbreiding met een nieuwe hal op de huidige kavel die de interne bedrijfsruimte bijna verdubbelt. De indeling is gemaakt, de nieuwe routing ook. René: “Maar we zijn nu nog te druk om het op korte termijn handen en voeten te geven. Alles op zijn tijd.” Als verbastering van een bestaand spreekwoord: “Een timmerfabriek die leeft, bouwt aan zijn toekomst.”

