De gevelbranche tekende op 1 februari 2024 met de Rijksoverheid het Akkoord Circulaire Geveleconomie. Met een toekenning van een investering vanuit het Nationaal Groeifonds in het programma Toekomstbestendige Leefomgeving, zijn de middelen beschikbaar om te onderzoeken of een retoursysteem kan worden opgezet. Timmerfabrikant spreekt adviseur milieu en innovatie Helmer Weterings van NBVT en Arend Jan Overbeek, voorzitter van de Stuurgroep Circulaire Geveleconomie. “Duurzaam genoeg bestaat niet.”
Het Rijksvastgoedbedrijf stelt met ingang van 2023 strengere circulariteitseisen bij de aanbesteding van alle nieuwbouw-, onderhouds- en renovatieprojecten. Losmaakbaarheid als eis maakt het mogelijk om gebouwdelen als gevels, vloeren, daken of draagbalken opnieuw te gebruiken. Bij sloopprojecten wordt voor de aanbesteding per project in kaart gebracht wat de kansen zijn voor hergebruik van verschillende materialen en gebouwdelen. Bouwbedrijven geven vervolgens op basis van het onderzoek aan wat zij van het slooppand op welke manier willen hergebruiken.
Materiaalketen
De nieuwe werkwijze van het Rijksvastgoedbedrijf sluit aan bij de kabinetsambities om het gebruik van primaire abiotische grondstoffen in 2030 te halveren op weg naar een totale circulaire economie. Het Planbureau voor de Leefomgeving bracht recent het rapport ‘Kenmerken, voorraad en materiaalketens van de bouw’ uit. In Nederland wordt jaarlijks ongeveer 0,8 miljoen m³ primair industrieel werkhout geproduceerd en 5,7 miljoen m³ aan primaire houtproducten rondhout, gezaagd hout en plaatmateriaal (incl. tropisch hout) geïmporteerd (Probos, 2020). Naar schatting wordt hiervan zo’n 2 miljoen m³ gebruikt in de woning- en utiliteitsbouw t.b.v. ramen, kozijnen, deuren, gevelelementen, houtconstructies en houtbouw (Probos, 2018).

Verantwoordelijkheid
De gevelbranche, waaronder de NBVT, ondertekende op 1 februari 2024 met de Rijksoverheid het Akkoord Circulaire Geveleconomie om hergebruik van materialen uit de gevel te stimuleren. Arend Jan Overbeek is voorzitter van de NBVT-stuurgroep Circulaire Geveleconomie Hout en stimuleert het project Toekomstbestendige Leefomgeving.
Hij zegt: “Als industrie en leveranciers moeten we ook na de levensduur verantwoordelijkheid dragen voor onze producten. Wij scharen ons achter de kringloopeconomie. Na de levensduur komt het hout weer vrij en daar kun je iets mee. Het is goed dat dat voor gelijkwaardige producten overkoepelend gebeurt via de brancheverenigingen van glas, hang- en sluitwerk en de fabrikanten van hout, aluminium en kunststof. De overheid verwacht dat min of meer van ons. Het is ook belangrijk dat we hierin als gevelbranche collectief opereren. Het akkoord ondersteunt dat de gevelsector als geheel door de overheid wordt gezien en er financiële middelen ter beschikking komen.”
Retoursysteem
De Circulaire Geveleconomie is een initiatief van vijf brancheorganisaties in de gevelbouw: de Nederlandse Branchevereniging voor de Timmerindustrie (NBVT), de Vereniging Metalen Ramen en Gevelbranche (VMRG), Vereniging Kunststof Gevelelementenindustrie (VKG), Bouwend Nederland Vakgroep Glas, Vlakglas Recycling Nederland (VRN) en Algemene Branchevereniging Hang- en Sluitwerk (VHS).
Medewerker techniek van de NBVT Helmer Weterings zegt: “Elke branchevereniging heeft zijn eigen doelen. Om die te realiseren zal een overkoepelend retoursysteem worden opgezet om het materiaal uit de gevel zo hoogwaardig mogelijk toe te passen. De meeste materialen richten zich op hoogwaardige recycling. Als houtsector richten wij ons op hergebruik van materiaal, waar mogelijk opnieuw in de gevel en anders gecascadeerd tot opnieuw een zo hoogwaardig mogelijke toepassing als meubel- of vloerhout. Verschillende pilotprojecten hebben inmiddels bewezen dat dit technisch ook mogelijk is. Het gaat erom dat de grondstof een langer leven krijgt en op die manier zoveel mogelijk CO2 over langere tijd opgeslagen blijft.”


Doelstelling
NBVT heeft met het akkoord bevestigd met de gevelbrache te streven in 2030 alleen nog hout toe te passen uit duurzaam bosbeheer. NBVT streeft er verder naar dat er in de periode 2021 tot en met 2030 in totaal 300 ton CO2 in houten gevelproducten langdurig wordt opgeslagen. Verder is de inzet te streven naar hoogwaardige toepassing van houten gevelproducten uit sloop en/of renovatie.
Hiervoor worden verschillende (toepassings)vormen en mogelijkheden in kaart gebracht, waaronder cascaderen, remanufacturing en upcycling. Dit gaat vooral om de meest voorkomende gevelproducten (buitendeuren, ramen en kozijnen) van massief hardhout. Weterings: “Op het gebied van cascaderen van hout uit de gevel bestaat nog steeds geen universeel systeem en/of werkwijze.”
Gefaseerd
In de huidige fase 1 (2021-2024) kijken stuurgroep en NBVT-leden gezamenlijk naar de mogelijkheden van hergebruik, het garanderen van de kwaliteit en hoe het retoursysteem eruit zou moeten zien. Dit vergt samenwerking met toeleveranciers, sloopbedrijven, urban mining en logistiek. Ook kwaliteitsborging en certificering spelen een rol. Weterings: “Het zou kunnen dat je nieuwe normen nodig hebt bovenop de huidige bestaande normen. We zijn daar met SKH op de achtergrond ook al mee bezig. Het is belangrijk dat deze producten voldoen aan het kwaliteitsniveau dat we gewend zijn.”
In fase 2 (vanaf 2025) worden de gegevens uit fase 1 verwerkt tot een grootschalige pilot en volgt evaluatie en bijstelling. Fase 3 (2025-2029) bestaat uit instandhouding en het uitrollen van het retoursysteem en verdere ontwikkeling. Zoals gezegd is ook de overheid van de partij met de ondertekening van het akkoord. Die betaalt een belangrijk deel van het project vanuit het Nationaal Groeifonds.

SROI-punten
De groei van een lineair productieproces naar een kringloopproces in de gevelbranche zal volgens Overbeek niet zonder gevolgen blijven voor het Nederlandse kozijn. “Als je vanaf het begin van de levensduur hergebruik van het kozijn centraal stelt, kun je je voorstellen dat je andere beslissingen neemt. De losmaakbaarheid van kozijn en onderdelen gaan dan een grote rol spelen.”
Het geschikt maken voor hergebruik is arbeidsintensief. “Social Return On Investment (SROI) is een afspraak binnen aanbestedingen om meer werkgelegenheid te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het is daarom belangrijk dat we SROI-punten krijgen om het hergebruik van onze kozijnen en deuren te stimuleren. De hoop is dat er op termijn voorraden herbruikbaar hout ontstaan en dat timmerfabrikanten het gewoon kunnen bestellen, zonder eerst uitgebreid op onderzoek uit te moeten gaan. Daarmee geef je de opdrachtgever de keuze tussen nieuw en circulair. Ook wordt het dan gemakkelijker om projecten in mengvormen uit te voeren met deels nieuw en deels hergebruikt hout.”
En voor alle criticasters: hout is toch al circulair? Weterings: “Uit milieuonderzoeken en LCA’s blijkt dat toepassing van duurzaam geproduceerd nieuw hout nu al kan concurreren met circulaire alternatieve materialen. Aan de andere kant: waarom zou je daarin berusten als je de toepassing van hout nóg duurzamer kunt maken? ‘Duurzaam genoeg’ bestaat niet als je nog een volgende stap kunt nemen in de vastlegging van CO2.”
Bedrijven met pilotprojecten circulariteit:
- Gebr. Bos, Goudriaan
- Timmerfabriek Groothuis, Mariaparochie
- Helwig Timmerfabriek, Geleen
- Timmerfabriek De Jong, Woudsend
- Kegro Deuren, Groesbeek
- Deurenfabriek Van der Plas, Hardinxveld-Giessendam
- Timmerfabriek Pors, Hendrik-Ido-Ambacht
- Deurenfabriek Suselbeek, Sinderen
- Verweij Houttechniek in Woerden
- Van de Vin ramen en kozijnen, Heeze
- Webo, Rijssen
- WN Houten Kozijnen & Prefab Wanden, Breedenbroek
Andere bedrijven die ook circulaire activiteiten ontplooien, kunnen zich melden bij Helmer Weterings.

