Met een gezellig samenzijn vierde NBVT op 25 juni in de bossen van Lage Vuursche het tachtigjarig bestaan. In plaats van stil te staan bij de historie, kregen bestuur en directie in een ingelaste ledenvergadering de handen op elkaar voor de jaarrekening 2025 en het plan NBVT 2030.
Dit plan betekent een herschikking en versterking van de verenigingsstructuur. Daarnaast helderder marketinginspanningen, los van Centrum Hout, en een onderzoek naar een nieuw te bouwen houten kantoorpand in Wageningen.
Florerende, dynamische sector
‘De vijftien timmerfabrieken die tachtig jaar geleden de toen nog Nederlandse Bond van Timmerfabrikanten oprichtten, bestaan niet meer. Maar zij stonden wel aan de basis van de huidige florerende, dynamische sector met een op duurzaamheid gestoelde gouden toekomst.’ Met die woorden opende NBVT-voorzitter Michel Nijenhuis de jubileumviering en de ingelaste algemene ledenvergadering in de bossen van Lage Vuursche. Op de agenda stonden, de presentatie van de jaarrekening 2025 en het plan NBVT 2030. De ledenvergadering ging met beide akkoord.
NBVT 2030
Bij de aftrap stond Nijenhuis kort stil bij de historie van de vereniging die uit de regionale verbanden uit de jaren dertig van de vorige eeuw in 1946 vaste vorm kreeg. Hij memoreerde hoe de onderwerpen van toen nog verrassend actueel zijn. ‘Marketing, representativiteit van onze cao, woningbouw en het betalingsgedrag in de keten, speelden toen een rol en doen dat nog steeds.’ Toch is er in de afgelopen acht decennia ook een verandering waar te nemen.
‘Onze rol als branchevereniging is verschoven van voornamelijk individueel naar collectief. Er is meer Europese invloed op de regelgeving en we zien een groeiende samenwerking met andere partijen’, aldus Nijenhuis. Om de komende jaren goed op in te spelen op de ledenbehoefte is bundeling van krachten nodig, een sterkere positionering van de sector en de ambitie te zorgen dat hout dé norm wordt in bouwen en wonen. ‘En misschien nog wel het belangrijkste: dat we ons vak aantrekkelijk houden, en maken, voor nieuwe generaties.’

