Lage instroom in de timmerindustrie: ‘We hebben een imagoprobleem’

Revabo-directeur Piet Koppelaar.

Hoe krijgen we nieuwe instroom in de timmerindustrie? Die vraag stelde Revabo, opleidingsbedrijf voor bouw en timmerindustrie, aan een aantal leerbedrijven. Het leverde een levendige discussie op tijdens de bijeenkomst, die samen met het Technova College en Hout dat werkt/Stichting Sociaal en Werkgelegenheidsfonds Timmerindustrie (SSWT) werd georganiseerd op 4 april jl. Grootste struikelblok, zo blijkt uit onderzoek: “We hebben een imagoprobleem.”

“Wie echt met hout wil werken, heeft in de bouw als bouwtimmerman feitelijk niet zoveel te zoeken”, zegt Revabo-directeur Piet Koppelaar eerlijk. “Daarvoor moet je in de timmerindustrie zijn.” Koppelaar kan het weten. Revabo Oosterbeek leidt al sinds 1984 jongeren op voor de bouwnijverheid én de timmerindustrie in de regio’s Arnhem en Zuid-West-Veluwe. Doelstelling van de organisatie is bouw- en timmerbedrijven te voorzien van voldoende goed opgeleid personeel. Leerlingen die een opleiding volgen in de timmerindustrie, treden in loondienst van Revabo. Dit zijn over het algemeen jongeren onder de 20 jaar die door Revabo tijdens hun vooropleiding worden benaderd.

Vier dagen per week worden ze tegen een vooraf afgesproken uurtarief bij een van de aangesloten bouw- en timmerbedrijf geplaatst. Eén dag per week volgen ze theoretisch onderwijs bij een roc. Deze werkwijze biedt een aantal voordelen. De leerlingen zijn verzekerd van een praktijkopleiding en een arbeidsovereenkomst van twee jaar. Heeft een inlenend bedrijf tijdelijk onvoldoende werk of past het werk niet bij de leerling, dan zoekt Revabo een ander geschikt bedrijf waar de leerling de praktijkopleiding kan vervolgen. Zo is de kans van slagen voor de opleiding groter en zal de leerling de opleiding ook sneller kunnen afronden.

Instroom ontoereikend

De lage instroom is al enige tijd reden tot zorg in de timmerindustrie, die 938 bedrijven telt waarbij ongeveer 13.791 werknemers werkzaam zijn (peildatum 1 oktober 2023). Afgezet tegen de ontwikkelingen in de bouw heeft de sector tot 2028 behoefte aan minstens 2.150 nieuwe medewerkers. Bij de acht regionale opleidingsbedrijven voor de bouw- en timmerindustrie zijn in totaal 1.379 werkgevers aangesloten. Daarvan bevinden er zich 230 in de timmerindustrie.

Alleen SWV Hout en Technopark Heerenveen richten zich exclusief op de timmerindustrie. Revabo telt 109 lidbedrijven, waarvan 35 werkgevers (dus 32 procent) in de timmerindustrie. Het huidige aantal leerlingen en de instroomcijfers van de timmerindustrie maken veel duidelijk. Bij de acht opleidingsbedrijven lopen momenteel 142 leerlingen timmerindustrie. De instroom ‘22/‘23 beliep circa 49 nieuwe leerlingen en ‘23/‘24 kwam uit op circa 53 leerlingen. Die aanwas is de afgelopen vijf jaar redelijk stabiel, maar dekt geenszins de behoefte. En de regionale opleidingsbedrijven zien deze ontwikkeling zich in de toekomst voortzetten. Miriam Bonsing (SSWT) haalde een recent onderzoek aan van Bureau Bartels uit Amersfoort: “Een stabiele instroom tot onvoldoende toekomstige instroom bepalen het beeld. Alleen Revabo verwacht een lichte groei en voldoende instroom.” In antwoord daarop zegt Koppelaar: “Samen met het Technova College zijn we actief op zoek naar leerlingen. Dat levert resultaat op.”

De positie van de timmerindustrie bij regionale opleidingsbedrijven.
De positie van de timmerindustrie bij regionale opleidingsbedrijven.

Boost de Houttechniek

Een van de vier doelstellingen van de vierjarige campagne ‘Boost de Houttechniek’ is om de instroom te verbeteren met gerichte werving. Daarvoor zijn ook onderwijsontwikkeling, duurzame samenwerking tussen de timmersector en opleidingsbedrijven en professionalisering nodig. SSWT heeft Bureau Bartels opdracht gegeven voor een onderzoek onder regionale opleidingsbedrijven, vmbo- en mbo-docenten en BBL-studenten. Tijdens de bijeenkomst voor leerbedrijven van Revabo op 4 april kregen aangesloten leerbedrijven vers van de pers de resultaten van dit onderzoek van Bonsing.

De conclusie in het kort: waar de bouw zich goed kan presenteren, kampt de timmerindustrie met onzichtbaarheid en
onbekendheid. Ook het opleidingsaanbod is fragmentarisch. Zo hebben verschillende opleidingsbedrijven verschillende benamingen voor hun opleidingen. En dan is er nog een negatief imago door de repeterende werkzaamheden die de sector zouden kenmerken. De sector moet dan ook aan de bak. “En dat kan alleen als we gezamenlijk de schouders eronder zetten”, aldus Bonsing.

Levendige discussie

Tijdens de bijeenkomst in Oosterbeek, waar tien leerbedrijven op afkwamen, leidde het onderzoek tot een levendige discussie. De noodzaak voor nieuw personeel wordt algemeen gevoeld. Maar hoe verhoog je de instroom? Een idee is bijvoorbeeld het verbeteren van de sectorbekendheid door gastlessen te geven op scholen, vlak voordat leerlingen een beroepskeuze moeten maken. “Iedereen weet wat een timmerman doet. Maar een machinaal houtbewerker of montagemedewerker zijn onbekend bij het grote publiek. We hebben een imagoprobleem.” Ook werd geopperd om in navolging van de Dag van de Bouw een eigen Dag van de Timmerindustrie of een Dag van het Hout te lanceren. Dit om de buitenwereld de timmerfabriek in te krijgen en met eigen ogen te aanschouwen hoe het er daar aan toegaat.

Calimerocomplex

De deelnemende bedrijven waren het erover eens dat de focus van een medewerker in de timmerindustrie anders is dan die van een medewerker in de bouw. Bonsing: “We zullen ons als sector actief moeten inzetten om de juiste mensen te vinden. Actieve begeleiding en een loopbaantraject, maar ook flexibiliteit van de werkgever zijn nodig om geïnteresseerden te laten instromen en daarna voor de sector te behouden.” SSWT heeft twee trainingen tot praktijkopleider ontwikkeld om de begeleiding van nieuwe medewerkers verder te professionaliseren. De beoordeling van leerlingen wordt vergemakkelijkt door de inzet van digitale hulpmiddelen. Zoals gezegd rekent Revabo op zijn eigen manier af met het Calimerocomplex van de timmerindustrie. Koppelaar is optimistisch over de toekomst. “Dit vraagt energie, aandacht en inzet. Wie wat wil, zal in beweging moeten komen. Ik merk hier in ieder geval voldoende draagvlak om dat te doen.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schrijf je in voor de Timmerfabrikant nieuwsbrief   Aanmelden