Van 26,9 naar 100 procent duurzaam, maar hoe?

Vak & Kennis

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
In een schamele 26,9 procent van de openbare aanbestedingen van overheid en corporaties wordt naar duurzame materialen en technieken gevraagd, zo vertelde Bouwend Nederland voorzitter Maxime Verhagen recentelijk op de Nationale Kozijnendag in Den Haag. Hoe dat naar 100 procent te krijgen is was onderwerp van gesprek van timmerfabrikanten, Verhagen en leden van de Tweede Kamerfractie van het CDA. Het Centrum Hout Manifest ‘Hout. Natuurlijk van nu.’ vraagt overheid en bouwkolom in ieder geval de toepassing van gecertificeerd hout de norm te laten zijn.

De NBvT-sectie Kozijnen vierde 2 oktober zijn Nationale Kozijnendag mede op uitnodiging van het CDA in het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag. Dat maakte het voor NBvT en VVNH mogelijk om het Centrum Hout Manifest ‘Hout. Natuurlijk van nu.’ aan te bieden aan de voorzitter van Bouwend Nederland Maxime Verhagen en met hem en CDA-kamerleden in gesprek te gaan over circulariteit en duurzaam bouwen. Voorzitter van de NBvT-sectie Kozijnen René Veerman zei in zijn openingswoord “Duidelijk is dat we het samen zullen moeten doen, werkgevers, werknemers, overheid en organisaties. Wij als houtsector vertegenwoordigen 16.000 werkende mensen in Nederland. Wij willen nu en in de toekomst hout blijven bewerken. Het manifest is een ondersteuning om die wens uit te spreken en meer promotie te maken. We hebben allemaal een zorgplicht voor Moeder Aarde. De Tweede Kamer is ook wel de juiste plek om dieper op dat onderwerp in te gaan.”

Natuurlijke partners

De bouw- en houtsector, zo erkende Verhagen, zijn op het vlak van circulariteit en duurzaamheid natuurlijke partners metKozijnendag een gezamenlijk belang. Verhagen: “Terecht wordt door de houtsector aandacht gevraagd voor duurzaamheid en circulariteit. Jullie hebben laten zien hoe duurzaam en circulair jullie houten bouwproduct is. Als voorzitter van Bouwend Nederland met 4.500 ondernemingen in bouw en infra, ben ik dan ook blij met het manifest. Tegelijkertijd zien wij ons, net als u, voor de opdracht gesteld hoe bij te dragen aan verduurzaming van de samenleving. In 2050 moeten we als sector niet alleen energieneutraal zijn, maar moeten we ook circulair gaan bouwen. Dat stelt de bouwondernemingen voor een dilemma, want hoe gaan we dat doen?”

26,9 procent

Het antwoord uit de zaal met circa veertig timmerfabrikanten was even kort als duidelijk. “Door meer hout toe te passen.” Verhagen: “Wij zijn niet specifiek voorstander van het een of het andere product. Dat is aan de opdrachtgever, maar we willen als bouw en infra wel weten met wat voor producten we werken en of deze voldoen aan criteria van duurzaamheid en circulariteit. Het is ons gemeenschappelijk belang zeker te stellen dat de opdrachtgever duurzaamheid voorschrijft. Wat dat betreft moet ik zeggen dat ook hier in de Tweede Kamer, ondanks alle mooie woorden en steun voor zowel Klimaatakkoord als Klimaatwet, woord en daad buitengewoon ver uit elkaar liggen. Uit eigen onderzoek van ons aanbestedingsinstituut blijkt dat duurzaamheid bij zowel overheids- als corporatieaanbestedingen nauwelijks wordt uitgevraagd, slechts bij 26,9 procent van alle openbare aanbestedingen. Bij de overige 73 procent wordt alleen naar de laagste prijs gevraagd. Duurzaamheid krijgt ook nauwelijks waardering bij EMVI-criteria, waardoor ook bij 26,9 procent uiteindelijk vaak de laagste prijs de doorslag geeft. Bouw en hout zouden er een gezamenlijk belang bij hebben dat werkelijk duurzame producten niet alleen met de mond worden gesteund, maar ook in beleid en beschikbaar budget.”
Centrum Hout directeur Paul van den Heuvel haakte hierop in met een andere discrepantie. “Het in stand houden van de mondiale bossen door duurzaam bosbeheer ondersteunen wij met het Convenant Bevorderen Duurzaam Bosbeheer. Het gebruik van duurzaam geproduceerd hout als biobased bouwmateriaal zetten we met ons manifest op de kaart. Zowel Grondstoffen- als Klimaatakkoord willen van gebruik van eindige grondstoffen toe naar herwinbare en duurzaam geproduceerde materialen. Wij halen hout uit bossen die overal ter wereld overeind blijven. Dat is wat ons betreft ook de crux. Desalniettemin wordt het gebruik van duurzaam geproduceerd hout en het op globale schaal in stand houden van de bossen bij de duurzaamheidscredits nieuwbouw niet meegenomen, en bij renovatie pas waar hout andere materialen vervangt. Dat verschil is een aandachtspunt voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. We zouden een plus moeten krijgen voor toepassing van onze prachtige producten.”

Stikstof

Verhagen legde de vinger op de zere plek door te stellen: “Wat is circulair? Een eenduidige definitie ontbreekt vooralsnogKozijnendag al is een aparte overheidswerkgroep daar nu al wel een tijdlang mee bezig. Een eenduidige definitie samen met een duurzaamheidsmeetinstrument zijn nodig om te bepalen waar we bij circulariteit van materiaal en proces over praten. Pas dan ga je eigenlijk vanzelf wat makkelijker houten kozijnen in plaats van alternatieven gebruiken. Tenminste, als er überhaupt weer wordt gebouwd en het kabinet een keer een daadkrachtig besluit over stikstof neemt. Voorlopig wordt er momenteel even helemaal niets gebouwd, dus ook niet in hout.”
Het CDA-milieukamerlid Maurits von Martels (“CDA staat sinds kort voor Circulaire Daadkrachtige Aanpak”) toonde zich in het stikstofdossier voorstander van Europese harmonisering. “De stikstof drempelwaardes in België en Duitsland liggen veel hoger dan die wij in Nederland hanteren. Daar kunnen we een eerste oplossing bieden.” CDA-kamerlid en woordvoerder wonen Erik Ronnes pleitte bij het vlottrekken van de bouwproductie voor meer regie op grote uitbreidingslocaties in het grootstedelijk gebied. “Provincies hebben op gebied van ruimtelijke ordening te lang een heel streng beleid richting gemeentes gevoerd, waardoor er te weinig is gebouwd. Wij vinden dat de gemeente de teugels moeten laten vieren zodat er op gemeentelijk niveau meer kan worden gebouwd.”

Achterstand

Ronnes gaf aan dat Nederland inmiddels 300.000 woningen op de woningmarkt achterloopt. “Die krijgen we op korte termijn in de reguliere voorraad er niet bij. We zullen dus op zoek moeten naar noodverbanden.” Dit ontlokte bij voormalig timmerfabrikant Wim Suiker de reactie: “Er is geen industrie die verder is in prefab dan de houtsector. We maken prefab woningen, leveren kozijnen compleet op de bouwplaats aan. Meer prefab is minder transport, is minder stikstof. U lost het probleem op door met prefab snelheid te maken in de woningbouw.” Ronnes in reactie: “We hebben de minister dan ook opgedragen bovenop haar doelstelling per jaar 15.000 zogenaamde flexwoningen te realiseren. Dat is echt een kans voor de houtsector om met hun producten en bouwmethodieken naar voren te komen als de gemeenten aan zet zijn om dat soort oplossingen te kiezen.” 

Bossenstrategie

De Nederlandse overheid komt aan het eind van 2020 met een Nederlandse Bossenstrategie. Die zal tot spijt van de mondiaal georiënteerde houthandel en houtverwerkende industrie zich beperken tot onze landsgrenzen. Wel gaf Ronnes een kleine opening tot verbreding. “We moeten zeker nadenken hoe we de goede effecten van het Nederlandse beleid ook buiten onze landsgrenzen kunnen brengen.”
Ronnes en discussieleider en Tweede Kamerlid Martijn van Helvert spoorde de aanwezigen aan om met suggesties te blijven komen. “Het gaat in de Kamer om het verwerven van meerderheden. Op onderwerpen waar verschil van inzicht over bestaat en ook over duurzaamheid is dat niet altijd gemakkelijk.”