Rondetafelgesprek over hout en circulariteit

Vak & Kennis

Hout100%

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Een door SGT/Hout100% georganiseerd rondetafelgesprek van timmersector, onderhoudsbedrijven, architecten en certificatie- en onderzoeksinstituten discussieerde recentelijk over circulariteit en duurzaamheid. Want het houten kozijn staat in de milieuregelgeving op achterstand. “De bos- en houtsector moet de lobby bundelen en zich gezamenlijk richten op positieverbetering van de grondstof.”

Nederland heeft zich ten doel gesteld in 2050 een volledige circulaire economie te realiseren. Bestaande productieprocessen moeten efficiënter. Er moet zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden van duurzaam geproduceerde, hernieuwbare (hergroeibaar en herwinbaar) en algemeen beschikbare grondstoffen zoals hout en andere biomassa. Circulair ontwerpen moet de norm zijn, zo staat te lezen in het Rijksbrede programma circulaire economie. Transitieagenda’s zoomen daarvoor in op de sectoren kunststoffen, consumptiegoederen, maakindustrie, voedsel en niet in de laatste plaats biomassa en bouw. Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat moeten al in 2030 circulair werken en bij nieuwbouw en herontwikkeling van vastgoed zoveel mogelijk hergebruikte of herbruikbare materialen en grondstoffen inzetten. 

Rondetafelgesprek

Wat betekent dit alles voor de houtsector, en met name voor de kozijnenindustrie? Die vraag stond op 30 maart 2022 centraal tijdens een rondetafelgesprek onder voorzitterschap van Hout100%-directeur Eric Kouters met vertegenwoordigers uit de timmerindustrie, onderhoudsbedrijven, architectuur en certificatie- en onderzoeksbedrijven (zie kader). Gastheer was Webo in Rijssen. Wil het houten kozijn hoger op de circulariteitsladder komen? Het antwoord is: ja. Maar hoe?

Architect Martin Huiskes: “In de huidige regelgeving is het vrijwel onmogelijk om hout via de Milieuprestatie Gebouwen (MPG) hoger op de duurzaamheidsladder te krijgen. Het rare is dat een aluminium kozijn dezelfde waarde heeft als een van Europees naaldhout. Welke vreemde berekening daarachter zit snap ik niet, maar daar gaat iets niet goed.” René Klaassen (SHR): “Uit onze ervaring met milieuberekeningen blijkt dat er een systeemfout in de berekeningswijze zit. Feitelijk komt het erop neer dat je een milieuberekening maakt waarop je alles aspecten duidt tot en met het hergebruik na de levensfase van het gebouw. Daarin worden aannames gemaakt, zoals dat je 95 procent van het gebruikte staal hergebruikt en daarmee in toekomstige nieuwbouw 95 procent staal spaart. Het systeem moet alle milieubelasting declareren die veroorzaakt wordt, door hergebruik verminderd dit niet. Bovendien kúnnen we niet in de toekomst kijken. Doe je dat, dan worden alle materialen behalve hout veel zwaarder belast. Nu is dat andersom. De systeemfout moet er op Europees niveau uit. Onderzoeksinstellingen kunnen informatie aanleveren, maar de houtsector moet als geheel zijn stem laten horen. De houtwereld moet zich hierin verenigen en sterk maken. Alleen zo kun je dit spel spelen.”

Biologisch kozijn

Jan Pieter de Jong (De Jong Groep): “Het milieubewustzijn in de bouw groeit, ook bij de projectontwikkelaar. Maar men wil objectieve kwalificaties om de keuzes inzichtelijk te krijgen. Blindstaren op MKI en MPG vind ik heel lastig.” Richard Middag: “Hoe kun je cijfermatig aantonen dat iets duurzaam is en dat je circulair bent. Dat wil de markt. Daar zijn andere materialen veel beter op ingericht. Dat mis ik bij de houtsector.” Martin Huiskes: “Duurzaamheid als getal. Het is een getallenfetish.”  Willem Haase: “We zullen het rentmeesterschap over deze aarde meer moeten benadrukken om een betere positie voor hout te scheppen. De embodied energy die nu in een huis zit opgesloten moet zichtbaar worden gemaakt.” Martin Huiskes: “Hout laat zich ook uit de bestaande bouw gemakkelijk oogsten. Ik zit voor corporatieprojecten met slopers om tafel om dat te realiseren. Een houten balk is wel 350 jaar te gebruiken: de eerste zeventig jaar of meer als drager in een gebouw, daarna als kozijn en gezaagde lat, daarna als houtsnipper als isolatie. Hout heeft een hele lange cyclus. Als je het maar niet vervuilt.” Hendrikus Dannenberg: “We maken het onszelf ook moeilijk. We schieten in de technische ambachtelijke hoek als een architect iets buiten de gebaande paden wil. Daar moeten we van af.” Oscar van Doorn: “Biologische melk, biologische kaas. Waarom niet het biologische houten kozijn, om ons af te zetten tegen aluminium en kunststof?” Hout100% is een traject gestart om met de 78 aangesloten leden de milieudatabase massaal te vullen met houten kozijnen.

Lobby

Haase: “We zijn als houtsector samen met kunststof en aluminium ook bezig met een circulair kozijn. Feitelijk zijn we de enige met een hernieuwbare grondstof. Maar dat wordt niet als zodanig erkend.” Oscar van Doorn: “Het is ook de lobby van staal en kunststof die hamert op recycling, want dat is het enige waar zij iets mee kunnen. Die lobby zie je ook terug in nationale milieudatabase. Hout heeft de circulariteit door duurzaam bosbeheer en hernieuwbaarheid van de bron als enige grondstof al geregeld.” Richard Groothuis: “De houtlobby moet beter.” Marc Harmsen: “Mij verbaast het dat de staal en betonlobby het wel lukt om veel invloed uit te oefenen en de houtsector op dit vlak niet. Waarom heeft de houtsector niet de krachtige politieke dieren en zij wel.” Klaassen: “De houtbranche moet zich samen met de bossector gezamenlijk op de overheid richten voor een positieverbetering van hout. En vergeet ook de kennisontwikkeling niet.” Oscar van Doorn: “Opleidingen als TU Eindhoven, WUR en Larenstein willen op gebied van houtbouw, bosbouw en circulariteit graag door de industrie worden bijgepraat. Maar het gebeurt niet, of nauwelijks.” Martin Huiskes: “Circulariteit en hergebruik vereisen een dialoog met de hele keten. En als de architecten in een database ook nog kunnen beschikken over de juiste detaillering, dan zijn we allemaal geholpen.” 

Hout100% werkt aan een videoverslag van deze sessie en is voornemens op korte termijn eenzelfde rondetafelgesprek te houden met studenten van de TU Eindhoven. Wordt dus vervolgd.