Oscar van Doorn: ‘Blijven doen wat logisch is’

Vak & Kennis

SHR

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Een aanstaande verhuizing naar een nieuw pand, discussie over de introductie van nieuwe houtsoorten, de herwaardering van Stip door TPAC en voorbereidingen op de nieuwe Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. Het zijn onderwerpen die de werkdagen vullen van SKH/SHR-directeur Oscar van Doorn. Met de huidige ontwikkelingen is het volgens hem ‘geen tijd voor zwakke knieën’ want er komt veel op de hout- en bouwsector af.

SKH“Nu het huurcontract van Het Cambium in Wageningen na zestien jaar op zijn einde loopt, was het een logische stap om naar de toekomst te kijken. Daar is de aanschaf van een eigen kooppand uitgekomen, vlak naast het huidige laboratorium. De verhuizing staat op 15 juli 2019 op de agenda en dan hebben we een pand waar we de houtsector en iedereen die dat wil, faciliteiten kunnen aanbieden.” Met kenmerkend enthousiasme begint SKH/SHR-directeur Oscar van Doorn het gesprek. Als we na afloop een kleine rondleiding krijgen in het nieuwe pand dat momenteel aan de wensen van de nieuwe eigenaar wordt aangepast, wordt ook duidelijk wat hij bedoelt. Beneden zijn enkele kleinere vergaderruimten gepland, inclusief een grotere waar groepen tot tachtig man een presentatie of vergadering kunnen bijwonen. Directie, secretariaat en medewerkers zullen op de eerste verdieping worden gevestigd. Van Doorn: “Deze gelegenheid deed zich voor en die hebben we genomen. We hechten ook wel aan deze plek in Wageningen. Er is clustervorming met voor ons relevante organisaties als de Landbouwuniversiteit, Stichting Probos en Agrodome. Bovendien, verhuizing van kantoor en laboratorium naar een totaal andere plek zou met alle benodigde vergunningen voor ons laboratorium ook veel meer tijd en energie kosten.”

Stip

De verhuizing is momenteel een van de onderwerpen bovenaan de agenda van Van Doorn. De herwaardering van het Stip-keurmerk van verantwoord geproduceerd hout door TPAC is een andere, na een beroepsprocedure aangespannen door FSC, PEFC, Bouwbinder en Duracert. Van Doorn, maar vooral ook de inmiddels 75 aangesloten hout- en plaatverwerkers, zitten met smart op hernieuwde goedkeuring te wachten. De Stip-initiator kijkt met verwondering, maar ook strijdvaardig, naar de uitkomsten van de inmiddels gevoerde hoorzitting. “Van de zes klachten zijn er drie blijven staan. Dat zijn drie procedurele klachten, die we voor de herwaardering in oktober hebben opgelost. Zo gaan we, terwijl we het naar onze eigen mening niet nodig hebben, een additionele chain-of-custody inrichten. Hoewel onze leden zich committeren om alleen maar voor de volle 100 procent gecertificeerd hout en plaatmateriaal te gebruiken en dat in het voorraadsysteem is te controleren, verlangt de regelgeving dat de aangeslotene ook niet-duurzaam geproduceerd binnen zijn onderneming volgt. Het is een papieren tijger waarmee het hele systeem voor Stip-leden iets meer ‘paarse krokodil’ wordt. Alsof je afspreekt alleen maar rode snoepjes in te kopen en de regelgeving verlangt dat je ook het aantal blauwe snoepjes aangeeft. Door daar in ons systeem net als de bestaande chain-of-custody’s ruimte voor te maken in het voorraadsysteem kunnen we die weeffout rechttrekken.” Een tweede reglementaire verandering is een stakeholderonderzoek over de werking van het systeem. “Die vond TPAC bij de oprichting niet nodig omdat we feitelijk toentertijd nog geen werkend systeem hadden. Maar inmiddels wel, dus die consultatie komt er. Ook het derde punt was procedureel. Van Doorn: “Kortom, er is geen reden te denken dat we in oktober niet opnieuw worden toegelaten.”

Nieuwe houtsoorten

De door de houtverwerkende sector toegejuichte oprichting van Stip is een voorbeeld van de onafhankelijke koers die Van Doorn met zowel SHR als SKH voor ogen heeft. Dat is ook af te leiden uit de positie die het keuringsinstituut inneemt bij de introductie van zogenoemde ‘nieuwe houtsoorten’. Van Doorn: “Die introductie is zeker voor SHR op onderzoeksgebied een groeimarkt in activiteiten. Want welke laat je wel toe, welke onder voorwaarden en welke liever niet. Daarmee kan een spanningsveld ontstaan tussen wat mogelijk en wat wenselijk is. De Komo BRL Toegelaten Houtsoorten maakt mogelijk dat individuele partijen houtsoorten onder voorwaarden alleen voor zichzelf toegelaten kunnen krijgen. De generieke goedkeuring kan alleen bij de Commissie Toelating Houtsoorten vandaan komen. De gehanteerde kriteria zijn overigens in beide systemen gelijk. Met het verschuiven van de belangen is discussie over de regels dan ook volop aan de orde. Het is een debat dat SKH als gecertificeerde instelling constant met de sector voert. Wel of geen spint toestaan bijvoorbeeld, het is geen discussie om zwakke knieën bij te krijgen. Als iets niet klopt, klopt het niet en past het SKH los van welke druk dan ook een onafhankelijke rol in te blijven innemen. De geautomatiseerde houtbe- en verwerking van heden ten dage maakt het belangrijk dat de ingevoerde grondstof kwalitatief zo goed mogelijk is. Voorbeelden uit het verleden bewijzen dat je geen risico’s met je grondstof kunt lopen. Generieke toelating van spint is daarom dus niet aan de orde.”

Kwaliteitsborging

SHRInmiddels heeft ook de aangenomen Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen Van Doorns grote aandacht. “De wet Kwaliteitsborging betekent een enorme verandering voor de bouwwereld, en daarbij ook voor de houtsector. Zogenoemde borgers gaan vanaf 1 januari 2021 op de bouw beoordelen of het betreffende gebouw voldoet aan het Bouwbesluit of gelijkwaardig. De borger tekent daar ook voor. Mijn inschatting is dat dit de productie onder Komo in de kaart speelt. Bij Komo is de productie immers al door een onafhankelijk derde geborgd en hoeft de borger niet zelf een duur onderzoekstraject te starten om te zien of aan de eisen is voldaan. De druk op de toeleverancier aan de bouw om aan te tonen dat het geleverde project aan de eisen voldoet zal stijgen. Bouwstandaardisering en beproefde toegelaten systemen zullen het gevolg zijn.” Komo zelf werkt inmiddels met dertig organisaties in bouw en infra aan het zogenoemde Komo instrument kwaliteitsborgingssysteem (KIK). Deze stelt partijen in staat om bouwkwaliteit te plannen, te borgen, aantoonbaar te maken, de koppeling met Bouw- en Woningtoezicht efficiënt te organiseren én te verzekeringen. SKH anticipeert zelf op de nieuwe wet met het starten van een pilot om de bestaande BRL Bouwsystemen van Woningen en Woninguitbreidingen te toetsen en eventueel aan te passen aan de gevraagde kwaliteitscriteria, inclusief installaties. “Als dat lukt, gaat houtskeletbouw als vanzelfsprekend in die stroom ook mee”, zegt Van Doorn. “Het betekent dat als er ‘approved by Komo’ op een gebouw zit, de extra controles door de borger voor een belangrijk deel achterwege kunnen blijven. Met de minste energie en rompslomp voldoe je dan aan de nieuwe wet. Blijven doen wat logisch is. Moeilijker hoef je het wat mij betreft ook niet te maken.”