Trap hangt na restauratie weer in zijn fatsoen

Nieuws

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Bij de restauratie van een landhuis uit de jaren veertig van de vorige eeuw stuitte het restauratieteam van Hanzebouw uit Zwolle op een rondgaande trap over drie etages die nodig aan herstel toe was. “De trap hing uit zijn fatsoen”, vertelt Harry Klunder, directeur bij Hanzebouw, waarmee hij op zijn Twents zegt dat de trap helde, gevolg van een constructief probleem. Klunder en projectleider Ilse van Dijk-Lenters leggen uit wat trappen restaureren zo leuk maakt.

Trappen zijn een ‘constructief element voor verticale verplaatsing’, maar ook vaak een decoratieve eyecatcher in een Restauratiehal. Daardoor worden ze in monumentenbeschrijvingen vaak apart benoemd als beeldbepalend element. “Restauratiewerk aan trappen is het neusje van de zalm voor de echte restauratietimmerman”, vertelt Harry Klunder, directeur bij Hanzebouw. “En deze trap is constructief heel interessant en onze vaklieden konden hun specialistisch vakmanschap er volledig in kwijt.” Dat kwam mede doordat bij de restauratie van het landhuis in een bouwteam gewerkt werd. Dat betekent dat niet gewerkt wordt aan de hand van een panklaar bestek, maar dat op basis van wederzijds vertrouwen tussen de architect, de opdrachtgever en de aannemer wordt gekeken wat de beste oplossing is voor het pand. “Een bestek biedt niet altijd de meest economische methode om een restauratie aan te pakken”, zegt Klunder, “in bouwteam kan iedereen, tot en met de timmerman, zijn kennis inbrengen. De timmerman maakt uiteindelijk met zijn handen wat de architect bedenkt. Een echte restauratievakman heeft de drijfveer om het werk technisch mooi uit te voeren en gaat zich van te voren helemaal verdiepen in een monument. Het mooiste compliment dat je een restauratievakman kunt geven, is dat je niet kunt zien dat hij geweest is.”

Analyse

Voorafgaand aan herstel werd de trap geanalyseerd. Projectleider Ilse van Dijk-Lenters legt uit hoe de trap in elkaar zit. “De trap loopt in een rechthoekig trappenhuis tussen twee binnenmuren en een buitenmuur van de kelder naar de begane grond, naar de eerste verdieping en tot slot naar de zolder. Constructief is het bijzondere van de trap dat er geen spilboom is. De bomen van de trap zitten ingeklemd tussen de verdiepingen en de bordessen. De treden zijn verankerd in de zijmuren. Zo blijft de trap een open geheel, waarbij verder geen constructieve elementen te zien zijn.” Het probleem van de oude trap – een te zwakke ondersteuningsconstructie – is verholpen met een compleet nieuwe balkconstructie in de vloer van de eerste verdieping. Doordat de vloeren van het landhuis bij de restauratie zijn voorzien van een andere dekvloer en van geluidsisolatie, veranderde de maatvoering van de trap, een verschil van vier centimeter. Er is getracht maximaal gebruik te maken van historische onderdelen zoals de gietijzeren spijlen en dergelijke. Bij een trap kan een verschil van vijf millimeter al een ramp voor de begaanbaarheid betekenen. Op basis van de beslisboom in de restauratieladder is ervoor gekozen de trap exact zo na te maken als hij oorspronkelijk gemaakt is, in vakjargon ‘imiteren’. 

Eiken

De trap is helemaal gedemonteerd en in de werkplaats van Hanzebouw is een ‘uitslag’ gemaakt, dat wil zeggen dat de Restauratietrap is uitgetekend op ware grootte in het horizontale vlak. Op basis van de uitslag zijn alle onderdelen exact op maat gemaakt. In de werkplaats is de trap vervolgens opgebouwd. Het eiken is speciaal voor deze trap uitgezocht, vertelt Harry Klunder, “de aantrede is kwartiersgezaagd. Dat zorgt voor mooie spiegels, je kijkt recht op de jaarringen. Kwartiersgezaagd hout trekt daardoor ook niet krom. Deze beide pluspunten wegen op tegen het feit dat dit hout duurder is.”
De zes wrongstukken zijn helemaal met de hand gemaakt door restauratietimmerman/leermeester Rein Nijhof en leerling Tijmen Braakman. Ter plaatse hebben de twee met blokjes hout en piepschuim, aan elkaar gezet met tape, het hele model uitgelegd en een mal gemaakt over de bestaande leuning. Op basis van dit model is in de werkplaats van eiken een nieuwe leuning verlijmd, gestoken en geprofileerd met een sleutelgatprofiel.

Klossen

De plaatsing van de trap was een logistieke uitdaging. “Vooraf was het raam waardoor de trap naar binnen gehesen zou worden, heel precies opgemeten. Met het raam eruit was de gevelopening net groot genoeg. De trap werd aan de buitenzijde met een kraan op de hoogte gehesen van het raam waardoor hij naar binnen moest”, herinnert Van Dijk-Lenters zich nog levendig. “Binnen was op de zolderverdieping een tijdelijke balkconstructie aangebracht zodat we met katrollen en takels de trap onder controle konden houden. De trap mocht nergens tegenaan stoten, want ieder butsje zie je. De trap stond in één keer goed in het trapgat geklemd, waarna hij is verankerd in de muren. Het eikenhout is ter afwerking in de olie gezet.”
De opdrachtgever vond het heel belangrijk dat de trap niet kraakt. Om kraken te voorkomen is de trap na de plaatsing in het werk geheel nageklemd en zijn aan de achterzijde van de treden klossen geslagen tussen de optrede en de aantrede. Daar zie je niks van, want die zitten nu achter het stootbord.
Op de hele trap staat door deze maatregelen spanning en daardoor zal hij geen kraakje maken. De onderzijde van de trap is afgewerkt met stucgaas, waarop het stucwerk is aangebracht. Zo vormt de onderzijde van de trap één geheel met het plafond. 

Bouwbesluit

Bij monumenten kunnen vaak uitzonderingen gemaakt worden op eisen uit het Bouwbesluit. Zo was het bij deze trap Restauratieniet strikt noodzakelijk om extra spijlen te plaatsen om de afstand tussen de spijlen binnen de normen van het Bouwbesluit te laten vallen. Toch zijn hier voor de veiligheid extra spijlen geplaatst. Net als de historische spijlen zijn de nieuwe exemplaren gemaakt van gietijzer, in dezelfde maatvoering en voorzien van dezelfde voetjes. De decoratie zoals bij de originele spijlen is achterwege gelaten. Zo zijn de historische exemplaren te onderscheiden van de nieuwe. Echter, als men het geheel ziet, is het alsof het altijd zo geweest is. De vaklieden van Hanzebouw hebben een prachtige trap afgeleverd en een spannend stukje logistiek tot een goed einde gebracht. “Trappen restaureren is erg leuk en boeiend, dat zei ik toch?”, besluit Klunder.