‘Partnerschap als kernwaarde’ bij De Jong Groep

Bedrijf

Kozijnen

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Een nieuwe Biesse Uniteam RC is sinds de bouwvak het productiehart van De Jong Prefab in Vuren. Dat is niet de enige noviteit, want directeur Geoffrey Harding is druk bezig de verschillende bedrijfsonderdelen van De Jong (timmer, interieur en prefab) samen als De Jong Groep uniform naar ketenpartners te positioneren. “Wij rekenen niet meer voor de markt.”

“Niet meer dan een wereldprimeur”, zegt directeur Geoffrey Harding van de De Jong Groep in Bergambacht niet zonder trots. Hij heeft het over het bewerkingscentrum Biesse Uniteam RC die als eerste in zijn soort sinds de bouwvak bij bedrijfsonderdeel De Jong Prefab in Vuren draait. “Ons hout voor de prefab-afdeling kopen wij al jaren bij vaste partners bewerkt in. Door de gekke groei die de prefabmarkt in zijn geheel en wij als De Jong Groep in het bijzonder de laatste jaren meemaken, was de rek in mogelijkheden en flexibiliteit daar op een gegeven moment wel uit.” Met het erbij trekken van een nieuwe grote hal groeide de behoefte bij De Jong aan meer controle door alles in eigen hand te houden. “En daar hoort een eigen bewerkingscentrum bij”, aldus Harding. “Omdat we een tikkeltje eigenwijs zijn en in de markt het liefst ons eigen spoor lopen, zijn we na een gesprek met onze huisleverancier De Groot Rosmalen de nieuwe ontwikkeling van Biesse op het spoor gekomen. Inventarisatie van onze hsb-wensen, de goede ervaringen met beide partijen uit het verleden leidden tot de Biesse Uniteam RC die op de afgelopen Ligna in Hannover door Biesse werd gepresenteerd. In Nederland zijn we de eerste afnemer van deze machine, in eerste instantie voor onze dakproductie, daarna ook voor het kepen en boren van spouwbladonderdelen.”
De Biesse Uniteam RC is een compacte alleskunner met standaard twee werkstations. De zaag met een diameter van 650 mm beweegt zich over vijf assen voor snelle, precieze sneden. De drie freeseenheden en gereedschappen bewegen zich op 120° voor een optimale bewerkingsvrijheid. Voor een enkele machinegang is het mogelijk de machine ook van onderaf uit te rusten met boor- en freeseenheden. Het ingeklemde hout kan zo van alle zes de kanten worden bewerkt.

Groep

Bij De Jong Prefab in Vuren is de productie van spouwbladen en daken van de groep ondergebracht. In Bergambacht De Jongbevinden zich de kozijnfabriek (De Jong’s Timmerfabriek) en Jonka waarin behalve de (meubel)plaatbewerking ook interieurproducten en meterkasten worden gefabriceerd. Startpunt van de groep is de in 1933 voor lokale boeren gestarte timmerwerkplaats. Na de oorlog groeide de onderneming gestaag door zich als een van de eerste houtbewerkers te concentreren op seriematige productie voor de woningbouw en de aanschaf van een machinepark dat daarbij hoort. In de bouwhausse van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw groeide de onderneming uit tot een van de grootste timmerfabrieken van Nederland. Harding: “In die periode zijn de andere productgroepen erbij gekomen en is gestart met de Jonka Meterkast, en (samen met Houthandel Heuvelman) in Vuren Hawa met scharnierkappen en spouwbladen. De Jong sr zelf houdt nog steeds vol dat wij als onderneming de scharnierkap hebben uitgevonden.”

Ketenpartners

De marktbenadering van De Jong Groep is even simpel als succesvol. Harding: “Als timmerfabriek willen we toegevoegde waarde bieden in de vorm van een totaalpakket. Waarom alleen de kozijnen als je een project aanneemt? Waarom niet de daken en ook de spouwbladen. Toen Vuren Hawa in de crisis sneuvelde, hebben we als De Jong de activiteiten overgenomen en hadden we het geluk dat we met lagere overhead direct aan de slag konden met een paar projecten. Daarna is het gaan lopen en nu is het uitgegroeid tot een bloeiend onderdeel. Qua planning zitten we al tot medio volgend jaar vol.” Bij het ontwikkelen van activiteiten zoekt de onderneming bewust naar ketenpartners. Harding: “Wij rekenen niet meer voor de markt. We hebben een aantal vaste opdrachtgevers waar we ‘hofleverancier’ zijn. Op die manier kunnen we goed vooruit kijken. Op het gebied van de daken zijn we langzaamaan gegroeid naar de rol van onderaannemer. Behalve de engineering, nemen we het aan, werken we het uit, produceren én monteren we de daken. Voor een aantal grote ontwikkelende aannemers leveren we het dak helemaal compleet, inclusief dakpannen, regenpijpvoorziening en afgelakte gootplafonds. Dat is mogelijk omdat we in het voortraject al bij dergelijke projecten worden betrokken, soms al anderhalf jaar van te voren als adviseur.” 

Balans

De bijna onstuitbare groei van de activiteiten in de afgelopen jaren heeft bij de onderneming tot bezinning geleid. De JongHarding: “We zijn na de crisis jaar-op-jaar gegroeid. Tot op het gekke af. De Jong Groep telt nu circa 115 man flexibel en vast personeel. In de buitendienst zijn vier dakenploegen actief. Groei komt altijd met horten en stoten. Je wilt een flexibele schil voor de drukke periode, maar een overmatig aantal inleenpersoneel werkt niet. Kwaliteit lever je toch het meest constant met gemotiveerd en vast personeel. De foutmarge verkleint, dat is gewoon zo. Op die route zitten we nu. We hebben voor volgend jaar zelf een kleine afname van de groei voor onszelf begroot, een pas op de plaats, omdat de boog voor de hele organisatie al een paar jaar erg strak gespannen staat. In die hectiek loop je de kans het overzicht te verliezen.”
Voor de bouwvak is de ervaren Peter Lagendijk als bedrijfsleider aangetreden. “Die functie hadden we eigenlijk drie jaar geleden al in moeten vullen. Je merkt gewoon dat we er organisatorisch sterker door worden en we als gevolg daarvan meer rust in de toko hebben gekregen.” Hectiek is in een timmerfabriek overigens nooit helemaal uit te sluiten. Harding: “In principe kan de klant feitelijk voor alles van hout bij een timmerfabriek terecht. De ontwerpvrijheid is ook onze kracht. Kijk je naar de andere materialen als plastic en aluminium dan is die keus een heel stuk beperkter. Eigenlijk raar dat de opdrachtgever dat van die materialen wel accepteert, en van hout niet. Maar het is ook ons bestaansrecht, denk ik. Het is, wat het is. Ik ben wel bang dat bij verdere standaardisering in de bouw die concurrerende materialen zeker op kozijngebied een voorsprong hebben. Ze hebben geen tekenkamer nodig, alleen een afkortzaag en een montageploeg. Wij zitten in een sector waar veel vakkennis nodig is. Die wil je ook in eigen hand houden, zeker bij prefab. We hebben een eigen tekenkamer en een eigen constructeur, want alleen zo blijf je in het hele ontwerp- en fabricageproces scherpe focus op de productie houden. Je wordt ook minder afhankelijk van derden en misschien zelfs flexibeler. In onze optiek geldt voor een goede bedrijfsvoering en marktsucces, wat je niet doet, is vaak net zo belangrijk als wat je wel doet.”