Toekomstbestendig bouwen was het thema van de dertigste editie van de Buildsightdag op 11 september jl. in de Verkadefabriek in Den Bosch. De bouw pruttelt. Orderportefeuilles groeien weliswaar, maar de productie stijgt pas in de loop van 2025. Een gebrek aan bouwlocaties, onvoldoende bouwcapaciteit en netcongestie frustreren het antwoord op de vraag: waar en hoe te bouwen?
Michel van Eekert verzorgde als directeur van Buildsight, onderzoeksbureau voor de bouw, traditioneel de opening van de Buildsightdag. Dat deed hij met een presentatie over de nieuwste ontwikkelingen in de (bouw)conjunctuur, de nieuwe prognose voor de woning- en utiliteitsnieuwbouw en de trends op de renovatiemarkt. De komende twee jaar zal de bouw nog weinig van herstel gaan merken.
“De vergunningverlening is vier maanden op rij gegroeid. De extra vergunde nieuwbouwprojecten zijn direct aanbesteed, wat vooral leidt tot groei van de orderportefeuilles van aannemers. Er is geen capaciteit in de sector om de bouwproductie te versnellen, dus komen de nieuwe projecten in de orderportefeuilles terecht”, zegt Van Eekert. “Pas in de loop van 2025 en in 2026 zullen de extra projecten leiden tot meer productie.”
Kanttekening
In de toelichting werd een stevige kanttekening geplaatst bij de recente groei van de vergunningverlening. “Eind vorig jaar zijn extra veel vergunningen aangevraagd om onzekerheden over de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen per 1 januari 2024 voor te blijven. Het overgrote deel van deze extra aanvragen is tussen januari en juni afgehandeld, wat de vergunningverlening tijdelijk heeft opgestuwd.” Van Eekert wijst ook op de consequentie daarvan: “De vergunningverlening is dit jaar traag op gang gekomen en zal vanaf het derde kwartaal een dip vertonen. In juni zien we al een lichte daling.”

Productiekrimp
Dat de vergunde nieuwbouwprojecten vooral in de orderportefeuilles terechtkomen, blijkt uit de recente meting van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Daarin wordt het hoogste niveau gemeten sinds de zomer van 2022. Voor woningbouw maakten de orderportefeuilles een sprong van 13,0 maanden in april naar 13,3 maanden in mei en juni. Voor utiliteitsbouw zijn de orderportefeuilles gegroeid van 9,9 maanden in april naar 10,1 maanden in mei en 10,4 maanden in juni.
De meeste indicatoren van de woningmarkt vertonen groei: er worden meer woningen verkocht, de huizenprijzen stijgen en de vergunningverlening groeit. Deze positieve ontwikkelingen kunnen echter niet voorkomen dat de woningbouwproductie dit jaar verder krimpt. De krimp wordt wel verzacht door de huursector, waar goed wordt doorgebouwd.
Meer appartementen
Gevolg van meer bouwen voor de huursector is dat er vooral appartementen bijkomen. “Dit jaar worden er zelfs voor het eerst sinds lange tijd meer appartementen gebouwd dan grondgebonden eengezinswoningen”, zegt Van Eekert. “Volgend jaar zal het aandeel naar verwachting 55 procent bedragen.” In totaal zijn er in het eerste halfjaar van 2024 bijna 32.700 nieuwbouwwoningen aan de woningvoorraad toegevoegd, waarvan bijna 23.700 nieuwbouwwoningen een andere eigenaar hebben. Dit betekent dat deze woningen ofwel koopwoningen ofwel private huurwoningen zijn.
Voor 800 nieuwbouwwoningen is de eigenaar nog onbekend. In de eerste helft van 2024 zijn er ruim 8.200 nieuwbouwwoningen van woningcorporaties bijgekomen. Dat is een stijging ten opzichte van de eerste helft van 2023, toen bijna 6.300 corporatienieuwbouwwoningen zijn opgeleverd. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS over nieuwbouwwoningen, een onderzoek uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VRO en Aedes.
De juiste plek
Waar te bouwen (planologisch) en hoe te bouwen (bouwtechnisch) stonden in de daaropvolgende presentaties centraal. Projectleider Rienk Kuiper van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) doet onderzoek voor het nationaal leefomgevingsbeleid, zoals de Monitor Nationale Omgevingsvisie en de Ruimtelijke Verkenningen/Nederland Later. Hij nam de aanwezigen mee in vier scenario’s uit de Ruimtelijke Verkenningen: Mondiaal/Ondernemend, de Snelle Wereld, Groen Land en Regionaal Geworteld.
Scenariokaarten brengen in beeld welke gevolgen keuzes hebben voor de inrichting van Nederland in 2050. “Hoe ons land er in de toekomst uit zal zien, hangt af van waar nu nieuwe huizen, wegen en voorzieningen worden gepland. Deze en alle andere ruimtelijke investeringen moeten ook in het veranderde Nederland van de komende decennia renderen. De juiste plek is daarbij belangrijk. Houd bij het plannen de samenhang voor ogen en maak keuzes die op de lange termijn overeind kunnen blijven.”

Niet meer maar beter
Directeur van Echt Estate Carlo Welten haakte daarop in op de Buildsightdag. “Ruimte is schaars. We moeten genuanceerd kijken naar de woningbouwopgave en de kansen in gebieden die voorheen onvoldoende kansrijk leken.” Hij gaf als voorbeeld de gebiedsontwikkeling Eindhoven Airport District. Hier wordt een perifeer bedrijven- en kantorenpark, in de nabijheid van een internationale luchthaven, getransformeerd tot Flight Forum, een groen en levendig gebied met ruimte voor short stay studio’s en appartementen.
Wieken van windmolens, een notoir afvalprobleem, worden ingezet als gevelbekleding van de parkeergarage aldaar. Welten wil niet meer, maar beter bouwen. Dat wil zeggen woningsplitsing, transformatie van kantoren, meervoudig ruimtegebruik, natuurinclusief bouwen en de realisering van andere vormen van verblijven.
Netcongestie
In haar presentatie belichtte Leontien de Waal (sectorbanker bouw bij ABN Amro) de problematiek van netcongestie voor de bouw van nieuwe woonwijken. Samen met collega’s publiceerde zij het rapport ‘Indikken: oorzaken en oplossingen voor de toenemende druk op het elektriciteitsnet’.
De netcongestie ontwikkelt zich tot een serieus probleem. In provincies zoals Utrecht, Gelderland en Flevoland is de nood het hoogst en wordt er gezocht naar een variëteit aan oplossingen. Van buurtbatterijen, al dan niet in combinatie met op gas of diesel aangedreven generatoren, tot en met complete energyhubs en lokaal energie delen. In het kader van haar masterstudie aan de Erasmus Universiteit en TU Delft werkt De Waal aan verdiepend onderzoek.

Nationale Monitor Biobased Bouwen
Buildsight gaat voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de monitor verzorgen om de toepassing van biobased producten in de woningbouw, renovatieprojecten en utiliteitsbouw te meten. De Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) stelt dat 30 procent van het materiaalgebruik in de bouw biobased moet zijn. “Onze veldwerkers hebben een complete lijst met producten die je op een bouwplaats kunt aantreffen”, licht Van Eekert toe op de Buildsightdag. “Zij vinken per bouwdeel – dak, gevel of binnenwanden – aan welk product is toegepast.
Het model rekent vervolgens uit hoeveel procent van het gebouw bestaat uit biobased producten en hoeveel procent uit niet-biobased producten. Voor woningbouw kijkt de Monitor naar het aantal woningen. Als 30 procent van het gewicht van een woning bestaat uit biobased materiaal, telt de Monitor de woning mee als biobased. De Monitor geeft weer wat het percentage biobased woningen is op het totaal aantal nieuwbouwwoningen. Daarbij wordt niet alleen de landelijke trend in kaart gebracht, maar ook de ontwikkeling per regio.
Bij renovatieprojecten meet de Monitor alleen de toepassing van isolatiemateriaal. Voor bedrijfsgebouwen kijkt de Monitor naar de materiaalstroom. Hij geeft het percentage biobased materialen weer van het totale gewicht van de materiaalstroom voor bedrijfsgebouwen.
Panelgesprek op de Buildsightdag
Een nieuw onderdeel op de Buildsightdag was een panelgesprek. Dat werd geleid door de nieuwe dagvoorzitter, stadsgids en vertaler Mechteld Jansen, een rol die Van Eekert als directeur alle 29 edities hiervoor zelf vervulde. De luchtige slotact was van cabaretier Glodi Lugungu. Hij verruilde voetbal en bouwkunde (en een stage bij de BAM) voor een succesvolle positie als komiek bij Comedytrain/Toomler. Zo won hij zowel de jury- als de publieksprijs van het Amsterdamse Kleinkunst Festival.

